Home Belgisch Helden, en niet voor één dag…

Helden, en niet voor één dag…

by Didier Becu

Soms vraagt een mens zich af of het wel gezond is om op te kijken naar popsterren. Het cliché zegt dat ze ook maar, net als wij, van vlees en bloed zijn. Mensen met fouten. En het is misschien net datgene wat Luc tot een held van velen heeft gemaakt. De herkenbaarheidsfactor, Luc kon in feite net je nonkel Roger zijn.

Mijn perceptie, en wellicht dat van vele anderen, want zelf heb ik nooit in zijn hoofd rondgespookt of weet ik niet hoe hij zich voelde als hij bij de bakker stond aan te schuiven voor wat pistolés, laat staan dat ik weet wat hij zich afvroeg als hij net als ik de afwas deed. Straffer nog, ik heb in mijn jonge leven meerdere malen naast Luc gestaan. Naast hem op de stoep van de Charlatan met de obligatoire pint of naast hem tijdens een optreden, of ik zag hem voorbij ons huis lopen toen hij waarschijnlijk van de Walry kwam, een boekhandel waar ik zo’n honderd meter vandaan woonde. Nooit vond ik de moed om hem aan te spreken, zelfs niet die ene keer toen hij voor mij stond aan de ter ziele gegane frituur aan de Oude Beestenmarkt voor zijn pak friet met stoverij.

Waarom ik hem niet heb aangesproken, weet ik ook niet. Waarschijnlijk omdat “Hey Luc, jij betekent zoveel in mijn leven” te ordinair was voor een genie als Vossie.

Nochtans, het verhaal doet de ronde, en het zal wel waar zijn, dat Luc erg gemakkelijk te benaderen was. Je kon met hem praten, en hij zou je nooit huiswaarts met de kop naar beneden sturen. Voorbeelden genoeg. Een vriend van me vertelde hoe hij regelmatig een tape met nieuwe muziek aan Luc bezorgde en ja, Luc luisterde ernaar.

Wellicht deed ik het voor dat cliché dat zegt dat je je helden beter niet moet benaderen omdat je als fan dat beeld wil behouden dat je in je hoofd hebt. Na zoveel te hebben gelezen over Luc en na de gesprekken die ik de afgelopen weken had, ben ik het ondertussen wel heel zeker: Luc De Vos was wie hij was. Een volksjongen die net iets boven de rest stond ook al zou hij met dat laatste gedeelte zelf eens goed gelachen hebben.

Je aan je idolen spiegelen is an sich fout, het wijst op je eigen tekorten, opkijken naar degene die je nooit zal zijn. Maar met Luc was dat anders. Ligt het aan dat typische Vlaamse aspect dat alleen Wim De Craene (weliswaar in een ander tijdperk) wist te benaderen, ik weet het niet, maar Luc De Vos voelde tegelijkertijd 100 % rock-’n-roll aan en toch ook een zo doodgewoon mens. Of wie weet dachten we dat alleen maar…

Zelfs mijn lieve moeder weet wie Luc De Vos is. Niet van de liedjes, die heeft ze nog nooit gehoord of ze zijn nooit tot haar doorgedrongen, wel als speler van het vrolijke type dat hij op tv zo graag uithing. De draak steken met het bv-schap terwijl hij er zelf één was, alleen buddy Brusselmans deed het hem na.

En dan had je die teksten. Net zoals iedereen dacht ik dat ik ze begreep, deed ik zelden of nooit, gewoon omdat Luc alleen dat deed. Wel besefte je dat zijn vaak absurde flarden geschreven waren met een diep gevoel en dat iedere zin een onderliggende betekenis had. De gewone dingen uit het leven, maar bekeken door een complexe romantische ziel die het leven moeilijker maakte dan het in feite was en daardoor harten brak, ook al bleek dat pas na zijn dood door te sijpelen.

29 november 2014. Een uur voordat ik mijn vrouw van haar werk moest afhalen plofte ik uit pure verveling in de vooravond de tv aan, en daar weerklonk het harde nieuws. In zijn werkplaats aan de Kasteellaan werd Luc dood aangetroffen. Het voelde surrealistisch aan. Het toeval wilde dat ik niet anders kon dan een paar minuten later langs deze straat te passeren. De politiewagens lieten er geen toeval over bestaan. Luc was niet meer, ook niet toen Luc Janssen de volgende dag Wie Zal Er Voor De Kinderen Zorgen? geëmotioneerd aankondigde, het nummer klonk bijna als het Requiem van Mozart. Donkerder kon muziek niet…

Zaterdag 6 december. Geen zinnig mens die het die dag over de Sint had, zeker niet in Gent dat in diepe rouw was. Zelf woonde ik twee straten van het Sint-Pietersplein, het majestueuze plein waar fans hun laatste groet aan Vossie zouden betuigen. Overal rondom mij zag je mensen op weg naar een afscheid van een held. Normaal ga ik nooit naar begrafenissen, ze zijn te pijnlijk, maar ik vroeg aan mijn vrouw om er toch bij te zijn. Deels voor het geschiedkundige feit om later te kunnen zeggen dat ik er bij was, maar ook omdat mijn lichaam en ziel het wilden.

Helden, ze zijn er om je te bedotten maar in het geval van Luc heeft het ook mijn eigen ik gevormd. Denk ik toch, al was het maar omdat Gorki in mijn leven altijd wel ergens aanwezig was….

Eens aangekomen was het ontroerend om te zien hoeveel mensen ik daar wel kende. Mensen die ook een emotionele band met Luc hadden. Luc was een rockster, maar ook iemand van ons. De muziek van Gorki vulde het plein en ook de woorden van de misdienst deden me iets, en daar moest je niet eens een pilaarbijter voor zijn.

Toen de kist met daarop zijn gitaar werd buiten gedragen volgde een ijzingwekkende stilte. 15.000 mensen die zwijgen, het is niet evident en het doet een mens wat. Iedereen om me huilde, terwijl ik mijn neus snotterde zag ik ook tranen over de ogen van mijn vrouw rollen die niet eens zijn muziek kende. Het zegde veel, zo’n unieke rockster zullen we nooit meer hebben…

You may also like

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More