Home Belgisch TINY LEGS TIM

TINY LEGS TIM

by Didier Becu

Missy Sippy, het blues- en rootscafé bij uitstek in Gent, en aldus de perfecte locatie voor een gesprek met Tim van Tiny Legs Tim die net zijn nieuwste plaat Melodium Rag uit heeft.

Dag Tim, hoe moeilijk is het om bluesmuzikant in België te zijn?
Blues is inderdaad een niche, wat niet betekent dat de blues niet uit die niche kan breken. De laatste jaren merk ik een grote kentering. Het mooiste voorbeeld daarvan is Seasick Steve die met een deltabluesplaat meteen zo groot werd dat hij er onmiddellijk mee op Werchter stond. Blues Peer was meteen te klein voor hem. Een ander mooi voorbeeld in de jaren 90 was Mississippi All Stars, en een paar jaar later Jack White met White Stripes. Hoewel het een experimentele vorm van blues is, is het toch zeer sterk geënt op de traditionele blues, Jack is nog altijd bezig over Sunhouse. Hiermee maken deze artiesten de mensen er attent op waar het allemaal vandaan komt. Er zou waarschijnlijk geen Kayne West zijn zonder de blues. Ik merk de laatste tien jaar een stijgende interesse voor wat ik maar de authentieke muziek zal noemen. Muziek die zeer direct is zonder te veel toeters of bellen.

Ook bij jou is dat zo, bluesplaten die zijn opgepikt door een groter publiek, niet?
Klopt. De nieuwe plaat wordt gedraaid op Radio 1, en de meeste bladen hebben wel iets over Melodium Rag geschreven. Hoe dat komt? Misschien omdat we goede promo voeren (lacht), maar anderzijds is het ook een cumulatie van de voorbije jaren. Het is mijn vierde plaat, en iedere release kreeg meer en meer aandacht, en werden er mij mooiere optredens aangeboden. Een evolutie waar ik uiteraard heel blij mee ben. Melodium Rag was de plaat die ik wilde maken. In tijden waar technisch zo wat alles mogelijk is, hebben wij ons beperkt tot één microfoon en een tapemachine. Er was zelfs geen mengtafel. Die was er wel, maar die hebben we niet gebruikt. Een plaat zonder enige kunstgreep dus. Hiermee grijp je terug naar de oude methodes die wel iets heeft, anderzijds is het ook een beperking die je jezelf oplegt en waardoor je in de studio op je best moet presteren. Op een bepaalde manier stel je je kwetsbaar op, want hiermee kun je later niet een valse noot in de zang of in de gitaar corrigeren. Een wel bewuste keuze omdat de muziek die ik maak moet leven, het mag harmonisch en metrisch niet al te perfect in elkaar steken. En ik ben ervan overtuigd dat mensen steeds een affiniteit met de menselijke factor zullen hebben, zelfs in de technische muziek merk je vaak een streven naar een human touch.

Je maakt het jezelf inderdaad niet gemakkelijk.
Ja, ik besef dat zelf ook. De muziek die ik maak zal nooit mainstream worden. Maar als je in een niche als de blues iets aparts kan doen, dan spring je er ook wel gemakkelijker uit. Het was ook een beetje mijn geluk toen ik mijn debuut uitbracht, want in Vlaanderen was er niemand met dit soort muziek bezig. Op die manier kreeg ik aandacht van bluesfans, maar werd ik ook opgemerkt door Jan Sprengers van Radio 1. Het was the right time and the right place om zoiets te doen. Er zijn niet zo veel artiesten bij ons die de delta blues en de fingerpicking slide gitaar spelen. Zeker niet muzikanten die eigen songs in deze stijl schrijven. Er zijn wel een aantal artiesten die de songbooks van bestaande artiesten in leven houden, wat uiteraard ook zijn waarde heeft. Maar dat is nog iets anders dan zelf een artistieke inhoud aan dit soort muziek te geven.

Je muziek klinkt tegelijkertijd uit de jaren 30, maar tegelijkertijd ook zeer hedendaags. Het lijkt eenvoudig, maar is het niet extra moeilijk om alles zo op te nemen?
Ik denk niet dat het extra moeilijk is, maar wel het loslaten van een back up plan. Wij hadden er bijvoorbeeld kunnen voor opteren om het één en ander met een computer op te nemen voor het geval iets zou mislukken, maar ik heb daar zelfs niet aan gedacht. Het was pas op het moment dat een collega mij daar op wees dat ik besefte dat ik hiermee een bepaald risico heb genomen. Maar toch, moest ik het anders hebben gedaan, zou het resultaat niet hetzelfde zijn geweest. De microfoon, een Melodium 42B, komt uit de jaren 50. Hij is loodzwaar, er zit een magneet in en heeft een ontzettend grote aantrekkingskracht. We hebben ons als het ware naar die micro gericht. De opnamesessie heeft amper een anderhalve dag geduurd. Zelf ben ik zeer bezig met klank, niet alleen over de sound van de opnames, maar ook bijv. van de gitaar. Ik had zes gitaren mee gebracht naar de studio, en uiteindelijk heb ik alles op één daarvan ingespeeld omdat die in combinatie met de micro het beste klonk. De laatste tien jaar ben ik op zoek gegaan naar die andere sound, en het mooie daaraan is dat het een oneindige zoektocht is.

Is Melodium Rag anders dan jouw vorige plaat?
Ik las ergens dat ik nu meer dan ooit mijn eigen stem heb gevonden (lacht). Ik ben daar ergens mee akkoord omdat ik niet het soort artiest ben die met zijn debuut een meesterwerk heeft neergepend. Mijn eerste plaat was zeer charmant, maar als ik er zelf opnieuw naar luister dan merk ik dat ik nu toch wel gegroeid ben. Daarom verwondert het mij niet dat mensen denken dat ik geëvolueerd ben. Ik ben ook niet van plan om te stoppen met die evolutie, want voor mij is het een kwestie van mezelf te blijven ontwikkelen tot op de dag dat ik sterf. Ergens denk ik ook wel dat het te maken heeft met het feit dat je op een bepaald moment een zekere stijl wil. Enerzijds wordt mijn muziek een pak breder, maar de stempel die ik erop druk wordt wel meer en meer duidelijker de mijne.

Is het de beste plaat die je tot nu toe hebt gemaakt?
Dat is moeilijk om te zeggen. Ik ben er wel zeer tevreden mee, maar ik weet ook dat mijn volgende plaat mijn beste zal worden (schaterlacht). Melodium Rag was eigenlijk een tussendoortje, maar zelfs dan moet het zeer goed zijn! Bij iedere opname of sessie leer je dingen bij die je meeneemt naar de volgende stap. Tussen mijn platen zit er meestal twee jaar tijd en ik speel vaak live, dus is een groei niet meer dan normaal.

Hoe is de liefde voor de blues uit de jaren 30 gegroeid?
Ik kan zeggen dat het van kindsbeen af is dat ik er aandacht voor kreeg. In de platencollectie van mijn pa zaten er naast klassieke muziek en jazz, ook heel wat bluesplaten en Bob Dylan. De combinatie van deze twee laatste zorgde ervoor dat ik reeds vanaf mijn vierde wist dat ik gitaar wilde leren spelen. Toen ik zes was ging ik naar de muziekschool. Na een jaartje notenleer mocht ik dan een instrument kiezen, en natuurlijk werd dat de gitaar. Helaas zat de klas reeds vol en men vroeg mij om een ander instrument te kiezen, maar ik wilde dat niet. Ik heb een jaar gewacht, want het moest en zou de gitaar worden en dat zegt veel. De fascinatie voor de blues kwam toen ik zo’n jaar of 29 was, daarvoor speelde ik bijv. in postrockbandjes). Maar toen ik als een one man band optrad, wist ik door de goede onthaal dat het de manier was waarop ik verder wilde gaan.

Ben jij de man die een immense collectie bluesplaten thuis heeft staan?
Er staan bij mij thuis enorm veel instrumenten, en uiteraard heb ik ook een cd-collectie, hoewel het nu weer vinyl is geworden. Ik probeer wel met van alles mee te zijn, maar heb toch iets te weinig tijd voor om alles in me op te nemen. Af en toe sijpelen er dingen door die ik mij aanschaf, maar het is vooral een zoektocht geworden naar vergeten bluesmuzikanten die meestal al lang dood zijn. Hoe dieper je in de blues graaft, hoe meer variate je erin ontdekt. Het is zo uiteenlopend dat ik me kan voorstellen dat mensen van één bepaalde bluesstijl houden en van een andere dan weer helemaal niet. Ik weet wel dat heel wat mensen vooroordelen hebben over blues. Een mooi voorbeeld is dat men zegt dat het een saaie muziekstijl is, en dat kan inderdaad wel kloppen als je altijd dezelfde soort hoort…

Heb je al die muzikale oorden ook allemaal bezocht?
In januari 2017 ben ik voor de eerste keer naar Amerika geweest. Ik koos de geboorteplaats van de jazz: New Orleans. Ik was daar veertien dagen, en bleef op dezelfde plek, omdat ik liever iets grondig wilde leren kennen dan alles oppervlakkig. Een superervaring, de muziek zit daar in alle kieren en ook in de lucht. Maar ik voel nu al dat ik er terug zal moeten gaan, naar plaatsen als Clarksdale en Memphis. Maar goed, je kan ook veel van opsteken via documentaires en boeken, en uiteraard in de muziek zelf. Het belangrijkste om je die muziek eigen te maken is er dagenlang naar te luisteren. Je onderdompelen in de timing hoe gespeeld wordt of de verschillende noten, gewoonweg omdat het volledig anders is dan bij rock. Vergeet niet dat dit jarenlang bij het Afro-Amerikaanse publiek de muziek was. Men ging er op uit, je hoorde het in de kerk, het werd gebruikt op een begrafenis…het zat overal, dit was hun cultuur. Iedereen wist hoe een goede shuffle of boogie in elkaar zat. Het is vooral dit soort muziek die me ontroert. Geen free jazz, waarmee ik niet wil zeggen dat muziek niet complex mag zijn. Soms is less more, dat is een feit. Dat heb je ook bij optredens waar een hele band speelt en plotseling iets stripped down wordt gebracht, indien dat goed wordt uitgevoerd dan is het een moment dat alles tot stilstand komt.

De plaat werd samen opgenomen met Steven Troch. Was hij ook betrokken bij het schrijven van de songs?
Neen, ik schrijf mijn songs zelf. Op mijn vorige plaat was Steven ook al betrokken en ik heb veel met hem gespeeld. (Toen we een full band hadden), als ik met full band speel is hij ook de mondharmonicaspeler. Deze cd ontstond via de Jacques Pelzer Jazzclub in Luik. Ik had daar eens een akoestisch optreden met Steven gespeeld en dat was zo goed, dat ik besloot om zo’n plaat met hem op te nemen. Voor mij is hij de ideale mondharmonicaspeler. Zonder repetitie zijn we een drietal jaar geleden samen beginnen spelen en sindsdien worden er niet veel woorden meer aan vuil gemaakt. Steven speelt op het juiste moment, hij stoort me nooit en als ik hem een solo geef dan kan hij zijn eigen ding doen waardoor het optreden een extra dimensie krijgt. Het zou nooit lukken moesten we elke dag palaveren over welke noot hij mag spelen of niet.

Dus Steven mag zijn eigen gang gaan…
Ja, ik zeg niets, Steven is Steven. Het enige waarover we het eens zijn is dat een cd anders is dan een concert. Op een optreden kan je lekker solo’s spelen, op een plaat wordt zoiets minder evident. In een opname kan zoiets vrij snel saai worden, daarom bespreken wij de dingen, vooral ook omdat ik toch songgericht probeer te werken. Maar dat is zo wat het enige waarover afspraken worden gemaakt.

Ik vind de teksten vrij zwaar Tim…
Oei! (lacht) Ik vind ze niet zo zwaarmoedig. Religions Serve The Devil Well zegt bijvoorbeeld iets over de kracht die in onszelf zit, dus daar zit hoop in. Hard To Admit is luchtig, omdat iedereen het gevoel kent om moeite te hebben om je eigen fouten toe te geven. Maar goed, ik begrijp je ook wel. Ik vind hem wel minder zwaarmoedig dan vele singersongwriterplaten. In iedere track wordt er wel iets aangeraakt, maar ofwel wordt er daarmee gelachen of er wordt iets positiefs aangereikt. Maar goed, een song moet ergens over gaan, het zou erg zijn moesten het allemaal nietszeggende niemendalletjes zijn.

Heel wat bluesartiesten hebben vaak een getormenteerd leven. Jij hebt zware gezondheidsproblemen gekend. Zie jij jezelf als getormenteerde bluesmuzikant?
Neen. Dat beeld van de getormenteerde bluesmuzikant klopt ook maar gedeeltelijk. Ik voel mij eerder gesterkt in het feit dat ondanks de miserie die ik heb gehad er nog steeds ben. Ik heb mijn leven kunnen inrichten op een manier waarop alles zinvol werd. Wat er met mij gebeurde, heeft mij in de richting geduwd van wat ik nu doe. Moest ik niet ziek zijn geworden, gaf ik misschien nog steeds les aan het middelbare onderwijs en was muziek misschien niet meer dan een vergeten hobby geworden. Mijn ziekte was een serieuze wake up call van waar ik naartoe wilde. Het is wel zo dat al die gebeurtenissen een vorm van munitie zijn geworden om nummers te schrijven. Ik schrijf vanuit mijn eigen leefwereld, maar doe het wel op een manier dat anderen er ook een boodschap aan hebben. Op mijn tweede plaat staat er wel een lied die een smeekbede is aan de dokters om me te genezen. In mijn andere songs wijs ik daar niet zo expliciet naar, maar het zit er overal wel in. De gedachte die door mijn werk loopt is dat je tegenslagen kan ombuigen in iets positiefs. En dat is eigenlijk ook wat blues doet, een soort verlichting van de pijn. Dat is een verschil met fado. Blues is niet fatalistisch, fado is dat wel. In fado vind je minder hoop dan in blues. Natuurlijk is dat hoe ik het ervaar, op blues wordt er ook gefeest, (het is muziek waar je op zoekt bent naar een lief) gedanst, verleidt,… Een zalf voor de ziel.

Laatste vraag. Wat is je favoriete album aller tijden en waarom?
Dat is een vraag die ik regelmatig krijg en ik heb er nooit een antwoord op. Muziek gaat ook om artistieke identiteit. Ik vind het moeilijk om John Lee Hooker af te wegen tegenover Muddy Waters of Lightnin’ Hopkins. Ze spelen alle drie wel blues, maar ze spelen allen zo verschillend dat je vanaf de eerste twee noten hoort om wie het gaat. Daar gaat het hem om, en dat is bij alle muziek zo. Je hoort meteen of het Bob Dylan, Leonard Cohen, David Bowie of Prince is. Waarom is iemand als Neil Young zo groot geworden? Omdat hij een artistieke identiteit heeft. Wie dat niet heeft, kan wel goed zijn, maar toch. Maar laat me even nadenken over je vraag. Desire van Bob Dylan. Ik heb er als kind veel naar geluisterd. Ook al kende ik geen Engels toen, was het toch een plaat die ik van begin tot einde kende. De sfeer en de sound van deze plaat sprak me enorm aan, en Dylan was één van de eerste artiesten die ik als kind bij naam kende en het heeft ervoor gezorgd dat ik muziek wilde spelen.

We danken je voor dit gesprek Tim!

You may also like