Home Belgisch BUTSENZELLER

BUTSENZELLER

by Gert Vanlerberghe

Op 23 juli waren we op bezoek bij Butsenzeller thuis. We hadden enkele vragen voor hem. We maakten het ons gezellig met een Poolse halve liter en sigaretje erbij. Tijd om in dat vijftigjarige hoofd te kruipen en er te stelen als de raven. Er vallen daar namelijk heel wat muziekkennis, levenswijsheden en wilde verhalen buiten te slepen.

Hoe lang ben je nu eigenlijk al actief met muziek bezig?
Vijftig jaar he. [lacht] Nee, ik ben al van mijn tien jaar bezig, of eigenlijk al van mijn vijf of zes jaar. Toen luisterde ik al naar muziek en playbackte ik wel eens. Of ik drumde op tonnen. Op mijn tien kreeg ik mijn eerste drumstel en toen is het misgelopen. Dus pakweg veertig jaar.

En kan je je eerste bandje nog herinneren?
Dat was The Jump. Heel simpele punk. Ik had het eerste nummer geschreven want ik kon toen beter gitaar spelen dan mijn zanger-gitarist, wat veel zegt over hem, want ik kan dat nog steeds niet. Plastic World bestond uit twee noten. Het is de eerste song die ik ooit schreef en met een band bracht. Daarna zijn er via de Joepie twee andere leden bij gekomen. We begonnen Nederlandstalige rock te spelen en deden het voorprogramma van De Kreuners en Scooter. Al gauw kwamen de muzikale meningsverschillen: zij wilden funk gaan spelen maar ik had de punk ontdekt.

De songtitel Plastic World verraadt een vroegtijdig bewustzijn over hoe fake de wereld kan zijn en over de vaak hypocriete maatschappij. Dat haal ik er toch uit?
Ja, en ook al de problematiek rond plastic. [lacht] Nee, de tekst was vrij simplistisch en in vrij slecht Engels. Ik ga het niet citeren want ik schaam me erg voor mijn teksten van toen. Het is vooral jeugdsentiment, al maakten we ons toen ook al zorgen over werkloosheid en onze toekomst.

En wanneer ben je voor de elektronica gezwicht?
Pas veel later. Aanvankelijk was ik tegen de drumcomputer. Ik was drummer, dus fuck drumcomputers, daar zit geen leven in. Maar ik vond die die klanken wel tof, vooral die van de legendarische drumcomputer 808. Ik probeerde die klank zelfs akoestisch na te bootsen, door het drumvel niet te hard op te spannen, met plakband rond een Dixan-ton. Dat gaf zo’n beetje die 808-klank, die ik bij Front 242 heel vet vond klinken. Mijn eerste cassette, Beepshow, dateert pas van eind jaren ’90, toen ik vrij hard into drum’n’bass was. Dat was mijn eerste experiment met akoestische drums en elektronica. Daar heb ik één keer mee opgetreden, in de kelder van Bierland. Ik had met heel wat technische problemen te kampen. Het klonk allemaal erg noisy, maar dat was niet de bedoeling. Dan ben ik maar van mijn plan afgeweken en heb ik een drumsolo ingezet. Achteraf kwam men mij dan feliciteren met mijn fantastische noiseset, maar het was de bedoeling om drum’n’bass te maken. Dat was mijn eerste optreden als Butsenzeller en ik ben daar achteraf twee weken echt beschaamd over geweest, omdat het niet overkwam zoals ik het in mijn hoofd had. Daarna besloot ik dat drummen voor bands was en dat ik met mijn elektronica-uitlaatklep niet zou optreden. Maar toen ik mijn eerste plaat Natt uitbracht, bij Wharf Records, voelde ik me wel wat verplicht naar dat label toe om ermee op te treden. Met de punkethiek in het achterhoofd: platen verkoop je na een optreden. Als je niet op de radio komt, verkoop je niet in de winkel. Ik spreek over 2008, dus Butsenzeller treedt nog maar tien jaar live op.

En nu, enkele platen later, zijn we beland aan Half A Century. Hoe zou je de nieuwe – heel diverse – ep als concept beschrijven?
Het concept is drie mijmeringen van een vijftigjarige. Er zijn drie emoties die in mij sluimeren. Eerst is er het donkere wereldbeeld in Half A Century. Ik zie het niet goed komen met de mensheid, dus laten we genieten en elkaar graag zien. Verder zien we wel hoe het eindigt met de mensheid. Dat is een best donkere gedachte, maar daarnaast ben ik wel heel gelukkig, dat is ook duidelijk in het nummer. Uit Vote Shut Up Work Consume blijkt mijn voorliefde voor sloganeske punk. Er zit veel The Ex in, één van mijn grote voorbeelden. Die zijn al bijna veertig jaar bezig maar blijven zich heruitvinden, vanuit experiment, improvisatie en obscure samenwerkingen. Eigenlijk speelde ik het nummer al ten tijde van de Seqs & Drums & Rockin’ Synths-plaat. Toen ik het nummer wou opnemen, vond ik dat het weinig om het lijf had en wist ik dat er een gitaar bij moest. Daarvoor vroeg ik Gerry Vergult, die ook een voorliefde voor snijdende gitaren had, en met wie ik ook voor Zool. was beginnen samenwerken. Zodra ik zei, “Denk aan The Ex”, had hij een riff bedacht. En Isabel, dat spreekt voor zich. Nooit eerder had ik een nummer op akoestische gitaar opgenomen, al tokkelde ik wel af en toe op mijn gitaar op dode momenten. Mijn studio was op dat moment niet operationeel, alles lag even plat, dus ik maakte dit nummer en stuurde het door naar Isabel. Ze was er echt door ontroerd. Voor mij is dit echt mezelf bloot geven. Ik heb veel respect voor mensen die enkel met stem en gitaar op een podium kruipen en ook nog eens kunnen boeien. Ik zie mezelf dat nog steeds niet doen. Het nummer naar buiten brengen was op zich al een knoop die ik moest doorhakken, maar ik ben blij dat ik het heb gedaan.

En welke handvol singer-songwriters kunnen Bootsie dan boeien?
Dat is een heel goede vraag. Er zijn er wel een paar. Het solowerk van John Frusciante vond ik sterk, maar dat was omdat het way out there is. De man zat toen aan de heroïne. Syd Barrett van Pink Floyd maakte een compleet psychotische soloplaat, met akoestische gitaar. Zo je demonen van je afschrijven, dat kunnen weinig singer-songwriters aan. Billy Bragg heeft me ook altijd kunnen boeien. En dan Craig Ward, met wie ik zelf ook samenwerk. Zijn werk met Chantal Acda of Mark Mulholland bijvoorbeeld. Er zijn er dus zeker, maar van wie anno nu nog steeds Bob Dylan en Neil Young probeert na te doen, krijg ik echt stenen kloten. Het is niet gemakkelijk, maar doe toch iets nieuws.

En als je één iemand zou moeten kiezen, wie is je muzikale voorbeeld? [lacht] Wat doe ik je aan?
[lange stilte] Eén iemand…? [nog langere stilte] Ja oké, Jimi Hendrix dan.

Niet voor de hand liggend voor een drummer uit de punkscene.
Nee, maar hij had een kort leven en is ook de muzikant van wie ik benieuwd ben wat hij nu zou doen, mocht hij nog leven. Hij heeft bakens verzet. Hij kwam uit de bluestraditie maar heeft wel min of meer een eigen stijl ontwikkeld. Hij kreeg een bepaalde sound niet uit zijn gitaar, stapte naar een effectenbouwer en zou ontstond de wah wah. Hij heeft ook zoveel generaties muzikaal beïnvloed. Als drummer zou ik dan toch voor Buddy Rich gaan. [lacht] Kijk, zo mag ik er toch nog twee kiezen.

Zijn er kunstenaars uit andere kunstvormen die je inspireren?
Ik haal sowieso inspiratie uit het dagelijkse leven: rotzooi van me afschrijven, muziek als therapie. Verder inspireert een tekenaar als Bert Lezy me enorm. Eigenlijk zou er geen onderscheid mogen zijn in disciplines. Het is allemaal kunst. Ik hou van die totaalpakketten op het podium, waarbij beeld, geluid en performance bij elkaar komen, zoals bij The Valerie Solanas en Diane Grace. Bij die laatste is de muziek bijna ondergeschikt aan de performance. Dan vervagen die lijnen tussen de verschillende disciplines ook, en dat kan ik alleen maar toejuichen. Hokjes, daar zijn we tegen. Zelfs dieren steken we niet in hokjes. Allez ja, we steken wel dieren in hokjes, maar het zou niet mogen.

Wie zijn voor jou de meest overschatte en de meest ondergewaardeerde muzikanten of bands?
Ik  ga geen namen noemen, maar 95% van de drek die op de radio komt, vind ik overschat. Daarom luister ik al lang niet meer, al word je er soms alsnog mee geconfronteerd. Ondergewaardeerd vind ik alle getalenteerde bands die niet aan de oppervlakte komen. Voor mij persoonlijk twee Belgische bands die ik zwaar onderschat vind, zijn In-Kata en Sukilove. Ik vind Pascal Deweze zo’n ambachtsman. Zijn poppy nummers hadden altijd een grillige of donkere ondertoon. Drunkaleidoscope is een meesterwerk. Zonde dat niet meer mensen die plaat in huis hebben gehaald.

Liefde, leven en politiek. Welk nummer heeft voor jou de grootste waarde?
Wat het diepste zit en het meest persoonlijke is, en dat is Isabel. Mijn andere liefdesnummers waren meestal break-upsongs. Ik heb nog nooit een lichtvoetig popnummer gemaakt op een akoestische gitaar. Als je gelukkig bent, geniet je meestal van je geluk en ga je er niet over schrijven. Maar deze keer was ik zo “overwhelmed, overpowered, overruled” dat het eruit moest.

Je zei ooit in een ander interview dat je gerust een one-hit wonder zou willen zijn. IsIsabel al de zomerhit van 2018?
Dat idee bestaat nog altijd. Ik zou me er eens op moeten op toeleggen, maar onder een andere naam. Ik zou daar tien jaar legacy van Butsenzeller niet mee willen bezoedelen. Mocht Isabel een zomerhit worden, het zij zo. Al zou ik er dan wel tegenop zien om een nummer dat uit het diepste van m’n ziel komt te pas en te onpas in popprogramma’s te moeten gaan playbacken. Daar pas ik dan wel voor. Uiteindelijk is een zomerhit niet aan mij besteed. Maar het idee blijft aanlokkelijk, gewoon om mijn pensioen veilig te stellen. Dan moet ik dat wel doelbewust doen. Ik geloof dat hits zelden nog accidentieel tot stand komen. Mocht het er toch van komen, dan onder een andere naam en featuring Regi. [lacht]

Hopelijk leest hij dat. Toekomstplannen?
Nee. Ik ben gelukkig. Ik wil dat ook blijven. De VDAB zit achter mijn kloten, dus ik ga waarschijnlijk in september muziekles geven aan gehandicapten. Dat vind ik mooi, want dan kan ik het sociaal bewogene combineren aan met muzikale passie. You never know natuurlijk, maar ik heb wel zowat beslist dat deze ep mijn laatste release is onder de naam Butsenzeller. Ik wil niet meer alleen op een podium staan. Met de Seqs-plaat deed ik dat. Die was, in tegenstelling tot Natt en Half A Century, geen collaboratie. Ik deed alles zelf, tot op de foto en het artwork toe. Dat heb ik nu gehad. Als er nog een release komt, dan zal het met een van de bandjes zijn. Met Stovepipe wil ik graag eens een ep maken. Of met Bear Guts Trio, dat eigenlijk ook al zo’n vijftien jaar bestaat, maar niet in de huidige bezetting waarmee ik het nummer Half A Centuryheb gemaakt. Half Antwerpen heeft daar deel van uitgemaakt, Nicolas Rombouts, Andrew Claes enzovoort. Dus ik zie daar ook nog een release van verschijnen in de toekomst. Of met Hersencellen, wellicht een online release volgend jaar. Ik zal altijd wel op de een of andere manier bezig blijven met muziek, en op zoek gaan naar boeiende uitdagingen. Die noodzaak is er. Met Butsenzeller heb ik alle uitdagingen nu wel gehad.

Je live release werd afgelast. Kunnen we er nog één verwachten?
Voor mij is de plaat nog niet uit, want de platen zijn nog altijd niet aangekomen per post. Ik heb de plaat hier nog niet ritueel kunnen afspelen. Misschien komt er nog een evenement, op een van mijn maandelijkse Gitanesavondjes. Wie weet breng ik de nummers alsnog live op een van die avonden. Al weet ik niet of ik dat met Isabelaandurf. [lacht]

Iets voor de fans om alsnog naar uit te kijken. Bedankt Bootsie.
Bekijk hier de tweede single alweer van de ep, met een videoclip verzorgd door Ischkrit, die ook al voor Cosmic Motion en Hersencellen videoclips maakte.

Facebook

Website

Copyright foto: Dirk Wouters.

You may also like